Als producent van hernieuwbare energie kunt u uw energieoverschot delen binnen uw gebouw en daarbuiten. Idealiter wordt hernieuwbare energie die bijvoorbeeld met zonnepanelen wordt opgewekt, rechtstreeks zelf verbruikt door degene die ze produceert. Het is echter niet altijd mogelijk om deze opgewekte energie onmiddellijk te verbruiken. Het niet-verbruikte energieoverschot werd tot nu toe in het net geïnjecteerd, en klassieke energieleveranciers kochten dat overschot tegen een lage prijs van de producenten om het met marge door te verkopen aan andere verbruikers. Daar komt het systeem van energiedelen in beeld.
Regelgeving
Vandaag, dankzij nieuwe Europese regelgeving van 2018 en 2019, is het voortaan mogelijk om dit geproduceerde elektriciteitsoverschot te delen en er uw buren, uw lokale handelaars, uw bedrijf, uw familie en zelfs een hele wijk van te laten meegenieten. Hoe dichter bij huis u de energie deelt, hoe deugdzamer en rendabeler het systeem wordt.
Vormen van energiedelen
Er bestaan 3 grote vormen van energiedelen:
1. Peer-to-peeruitwisseling
Twee personen kunnen onderling elektriciteit uitwisselen die afkomstig is uit hernieuwbare bronnen. Beide partijen moeten daarvoor een contract sluiten waarin de modaliteiten van deze uitwisseling worden vastgelegd. Zolang de aankoopactiviteit via een peer-to-peeruitwisseling slechts één andere deelnemer betreft, is degene die in het kader van een peer-to-peeruitwisseling elektriciteit koopt van een andere deelnemer niet onderworpen aan de verplichtingen die op de energieleverancier rusten.
2. Delen binnen eenzelfde gebouw
Het gaat om het delen tussen bewoners van eenzelfde gebouw. Dit is mogelijk onder de volgende voorwaarden:
- Het delen betreft uitsluitend elektriciteit uit hernieuwbare bronnen;
- De productie-installatie bevindt zich in of op het gebouw waarin de gezamenlijk handelende deelnemers gevestigd zijn;
- Elke betrokken deelnemer behoudt een leveringscontract bij een houder van een leveringsvergunning.
De deelnemers moeten een overeenkomst ondertekenen met de beheerder van het energiedelen om hun respectieve rechten en plichten en de modaliteiten van het delen vast te leggen.
3. Delen binnen een energiegemeenschap
We spreken van een energiegemeenschap wanneer die bestaat uit minstens één producent en meerdere leden die de geproduceerde energie vervolgens onderling delen.
Energiegemeenschappen hebben als hoofddoel ecologische, sociale of economische voordelen te creëren voor hun leden en voor de gebieden waarin ze actief zijn, eerder dan winst na te streven.
Er bestaan 3 verschillende types energiegemeenschappen, met als belangrijkste verschillen de deelnemers, het type gedeelde energie (al dan niet uit hernieuwbare bronnen) en de eigendom van de installatie.
- De burgerenergiegemeenschap (CEC) : het bijzondere hieraan is dat iedereen – natuurlijke personen en rechtspersonen (waaronder ook grote ondernemingen) – er lid van kan zijn. Dit type gemeenschap kan ook niet-hernieuwbare elektriciteitsbronnen omvatten, zoals bijvoorbeeld elektriciteit uit een gasgestookte warmte-krachtkoppeling. Om een activiteit van elektriciteitsdelen te kunnen uitoefenen, moet de CEC ten slotte – als juridische entiteit – eigenaar zijn van de productie-installatie.
- De hernieuwbare-energiegemeenschap (CER) : zoals de naam aangeeft, moet de CER noodzakelijkerwijs gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen (fossiele brandstoffen zijn dus uitgesloten). Wat de deelnemers betreft:
- Grote ondernemingen zijn uitgesloten
- Kmo's zijn toegelaten, maar hun deelname (aan een of meerdere energiegemeenschappen) mag niet hun belangrijkste commerciële of professionele activiteit vormen.
- Ook natuurlijke personen en lokale overheden kunnen lid zijn van een CER.
Bij elektriciteitsdelen moet de CER noodzakelijkerwijs eigenaar zijn van de productie-installatie.
- De lokale energiegemeenschap (CEL) : de CEL is een Brussels initiatief dat niet voortvloeit uit de Europese richtlijnen en dat er onder meer op gericht is de financieringsmogelijkheden van een productie-installatie te verruimen door bijvoorbeeld een beroep op een derde-investeerder mogelijk te maken.
In tegenstelling tot de CEC en de CER kan de CEL immers eigenaar zijn van de productie-installatie, maar het is eveneens mogelijk dat een of meerdere leden zelf eigenaar zijn of over een gebruiksrecht op de productie-installatie beschikken. De activiteiten van de CEL zijn beperkt tot hernieuwbare energiebronnen. Voor deelname aan een CEL gelden dezelfde voorwaarden als voor de CER.
Er zijn specifieke verschillen tussen de drie gewesten. Aarzel niet om contact met ons op te nemen om erover te praten.
Verschillen tussen delen binnen eenzelfde gebouw en delen binnen een energiegemeenschap
De belangrijkste verschillen zijn:
- Voor het delen binnen eenzelfde gebouw volstaat een eenvoudig contract, terwijl voor een energiegemeenschap een rechtspersoon vereist is (het is mogelijk een bestaande juridische entiteit te gebruiken – zo nodig door de statuten aan te passen zodat het maatschappelijk doel en de activiteiten overeenstemmen met de doelstellingen die een energiegemeenschap noodzakelijkerwijs nastreeft – of een nieuwe op te richten).
- Wat de perimeter van de deelactiviteit betreft: tussen gezamenlijk handelende actieve afnemers blijft het elektriciteitsdelen beperkt tot één en hetzelfde gebouw, terwijl het delen binnen een energiegemeenschap zich over een ruimere zone kan uitstrekken.
- De verkoopprijs van de energie wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de deelnemers. Opgelet: netkosten/distributiekosten en btw blijven van toepassing, behalve de btw op zelfverbruik. En hoe dichter de verschillende deelnemers bij elkaar liggen, hoe lager de kosten voor het gebruik van het net. Dit moet aanmoedigen om het delen zo lokaal mogelijk te organiseren.
Als energiegemeenschappen u interesseren, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen !